arrangement blog-1

Het is zover! We hebben een vernieuwde Arrangement.

Op 15 juli 2023 is de gemoderniseerde Arrangement in werking getreden. De regels waaraan exportkredietverzekeringen zijn ingrijpend gewijzigd. Reden genoeg om in een drieluik in te gaan op: 

  1. Wat verandert er eigenlijk allemaal en hoe gaan we daarmee om? (deze blog) 
  2. Wat is die Arrangement eigenlijk en hoe zit het stelsel van internationale regels in elkaar? 
  3. Hoe gaan die onderhandelingen en, vooral, welke rol spelen wij van Atradius daarin? 

Exporttransacties en de Arrangement 

Ik schreef al eerder dat de regels uit de Arrangement zoals die tot voor kort golden verouderd waren. Sinds de start in 1978 zijn telkens vooral regels toegevoegd en is nooit goed gekeken of de bestaande regels nog allemaal even nodig of bij de tijd waren.
Tegelijkertijd maakte de financiële sector, waar een verzekeraar als
Atradius DSB altijd samen mee optrekt aangezien wij niet zelf kredieten kunnen verlenen, een enorme ontwikkeling door. Een ontwikkeling die niet weerspiegeld werd in de regels waaraan exportkredieten moeten voldoen. Ten slotte ontstond meer en meer concurrentie – zeker voor Europese landen – met landen die de regels uit de Arrangement net wat ruimer interpreteerden of toepasten dan wij hier doen waar de regels een wettelijk kader vormen. Zoals ik hier uitleg zit het internationale stelsel van regels ingewikkeld in elkaar en maken de regels uit de Arrangement de facto deel uit van het ASCM-Verdrag.

Arrangement

Wat is er veranderd in de Arrangement? 

In deze blog sta ik stil bij de wijzigingen in de terms and conditions van de Arrangement, niet op de even belangrijke sterke uitbreiding van de mogelijkheden klimaatrelevante projecten tegen extra gunstige voorwaarden te verzekeren. Dat is niet mijn specialiteit. 

De meest opvallende wijziging die goed werd ontvangen door de buitenwereld is de vergaande versimpeling van de maximaal toegestane krediettermijnen. Dat was een onoverzichtelijke warboel en wordt nu veel simpeler. De hoofdregel is dat de krediettermijn maximaal de useful life of the good is met een absoluut maximum van 15 jaar, ongeacht bestemmingsland of type goed of dienst. Verfrissend, nietwaar? Langere looptijden dan 15 jaar vinden we in de regels voor klimaatrelevante projecten (variërend van 15 tot 22 jaar) en kerncentrales (22 jaar).  

Dan de terugbetalingsprofielen. Daar worden de regels ook versoepeld en vereenvoudigd, al oogt het misschien niet zo. In de oude Arrangement kenden we aparte regels voor projectfinancieringen. Heel simpel uitgelegd: daarvan spreken we als de lening waarmee goederen en diensten (de projectkosten) grotendeels worden gekocht volledig moet worden terugbetaald uit de inkomsten die dat project vervolgens zelf voortbrengt. Die aparte regels verdwijnen en keren terug in de regels voor alle transacties. 

Ook daar is weer een hoofdregel en dat is dat er niks verandert: in beginsel moet een lening – of dat nou een zogeheten koperskrediet (verstrekt door een bank) of leverancierskrediet (exporteur wordt gespreid over tijd betaald) is – in gelijke halfjaarlijkse termijnen worden terugbetaald. De goede oude lineaire aflossing. Maar… Als duidelijk is dat de middelen die de leningnemer ter beschikking heeft niet goed samenvallen met lineaire aflossingen dan kunnen we daar voortaan van afwijken. Dan is het bijvoorbeeld mogelijk om de eerste aflossing tot twee jaar – in plaats van zes maanden – na oplevering te laten plaatsvinden, mag de laatste termijn maximaal 30% van het leningbedrag bedragen en zijn ook andere niet-lineaire profielen binnen randvoorwaarden toegestaan. Dit is ingewikkeld dus neem er vooral contact over op. 

Dan is er ook nog een wijziging in de minimumpremies. De Arrangement kent twee premiesystemen. Ten eerste zijn er de premies voor hoge-inkomenslanden (voorheen landenklasse 0) – die veranderen niet. De premies voor alle andere landen – landenklasse 1 tot en met 7 – veranderen wel voor kredieten of financieringen met een lange looptijd. Wanneer de lening langer loopt dan tien jaar en de koper heeft een zogeheten non-investment grade-profiel (rating BB+ of lager) wordt de premie voor de periode langer dan tien jaar verlaagd. Klinkt ingewikkelder dan het is en onze premiecalculator is erop toegerust. 

Dat is mooi! Hopelijk kunnen we hiermee beter voorzien in de wensen van exporteurs en financiers. Nog twee onderwerpen die vermelding behoeven. Ten eerste: de regels voor het meeverzekeren van lokale kosten veranderen niet. Het blijft mogelijk om 50% van de zogeheten export contract value mee te nemen in het te verzekeren bedrag, of 40% voor hoge-inkomenslanden. 

Ten tweede zijn de regels voor zeegaande schepen niet veranderd. Maar nu wordt het ingewikkeld. Die regels voor schepen – vastgelegd in de zogeheten SSU, Ship Sector Understanding, voorheen Annex I, nu Annex IV – waren altijd al optioneel. Dat wil zeggen: elke exportkredietverzekeraar kon kiezen of hij die regels toepaste bij het verzekeren van een schip of de ‘gewone regels’ uit de Arrangement. Dat laatste had echter weinig zin want die waren strikter. Maar die optionaliteit kan voortaan een interessante optie bieden. Een zeegaand schip kan nu dus óf onder de oude regels met minimaal 20% aanbetaling, maximaal 12 jaar, lineaire aflossing en niet strikt gedefinieerde premieregels verzekerd worden, óf onder de nieuwe algemene regels met minimaal 15% aanbetaling, maximaal 15 jaar terugbetaling, aflossing lineair maar met toegestane aanpassingen maar wél met de precieze minimumpremies uit de Arrangement. 

Ontwikkeling houdt nooit op 

Hé, het leuke aan dit vak is dat het altijd uitdagend blijft en elke keer weer anders is. Het beoordelen van risico’s en het vaststellen van de juiste termijnen en patronen gaat met deze nieuwe opties alleen maar leuker worden. 

 

Share this article on